Je neemt je iets voor. Minder stress. Minder uitstellen. Eindelijk je grenzen aangeven. Of stoppen met gedrag waarvan je allang weet dat het je niet helpt. In je hoofd is het helder. Je snapt het. Je voelt zelfs motivatie. En toch stokt het. Alsof er iets in jou op de rem trapt op het moment dat het erop aankomt.
Dat gevoel is geen gebrek aan discipline of doorzettingsvermogen. Het is geen luiheid en ook geen zelf-sabotage. Het is neurobiologie. Wie wil veranderen, krijgt te maken met een brein en zenuwstelsel die voortdurend bezig zijn met veiligheid. En zolang die veiligheid ontbreekt, blijft verandering moeilijk. Hoe logisch of noodzakelijk die ook voelt.
Om écht te begrijpen waarom veranderen zo vaak vastloopt, moeten we kijken naar wat er in je brein gebeurt zodra jij iets nieuws wilt doen of iets ouds wilt loslaten.
Veranderen begint niet in je denken, maar in je overlevingssysteem
Hoewel we graag geloven dat we rationeel beslissen, wordt het grootste deel van ons gedrag aangestuurd door automatische processen. Ongeveer 95% van alles wat je denkt, voelt en doet gebeurt onbewust. Dat betekent dat je bewuste intenties maar voor een heel klein deel de regie hebben.
Je brein is bovendien niet gebouwd om je gelukkig te maken of te laten groeien. De primaire functie is overleven. Alles wat bekend en voorspelbaar is, wordt als veiliger ingeschat dan iets nieuws, zelfs als dat nieuwe objectief gezien beter voor je is.
Op het moment dat jij denkt: ik wil veranderen, start er een automatische scan:
- Is dit bekend?
- Kan ik dit controleren?
- Wat is het risico?
Die scan gebeurt razendsnel en grotendeels buiten je bewustzijn.
De rol van de amygdala: waarom verandering als dreiging voelt
Een centrale speler in dit proces is de amygdala. Dit kleine, maar krachtige hersengebied fungeert als een alarmsysteem. Je kunt het zien als een rookmelder: hij is niet bezig met nuance, maar met snel reageren.
De amygdala scant continu op dreiging. En die dreiging hoeft niet fysiek te zijn. Ook sociale spanning, onzekerheid, mogelijke afwijzing of verlies van controle worden serieus genomen.
Veranderen betekent vrijwel altijd:
- onzekerheid over de uitkomst
- loslaten van houvast
- afwijken van wat je kent
Voor de amygdala is dat voldoende om alarm te slaan. Zodra dat gebeurt, stuurt hij signalen door naar je lichaam via het autonome zenuwstelsel. En daarmee verschuift je hele systeem van leren naar beschermen.
Wat er dan gebeurt in je lichaam en brein
Op het moment dat je amygdala dreiging registreert:
- komen stresshormonen vrij
- versnelt je hartslag
- verandert je ademhaling
- spannen je spieren zich aan
Dit is geen bewuste keuze. Het is een automatische reactie die bedoeld is om je te helpen overleven.
Tegelijkertijd gebeurt er iets cruciaals in je brein: de activiteit in je prefrontale cortex neemt af.
De prefrontale cortex is verantwoordelijk voor:
- overzicht houden
- plannen
- impulsen remmen
- flexibel denken
- bewuste keuzes maken
Met andere woorden: precies het deel dat je nodig hebt om te veranderen.
Maar zodra je systeem denkt dat er gevaar is, krijgt dit deel minder ‘zendtijd’. Niet omdat het kapot is, maar omdat veiligheid voorrang krijgt boven (persoonlijke) groei.
Vechten, vluchten en bevriezen: meer dan een stressreactie
De bekende vecht-, vlucht- en bevriesreactie is geen vaag psychologisch concept, maar een zeer concreet neurobiologisch proces. Het is de manier waarop je zenuwstelsel reageert op waargenomen dreiging.
Bij verandering zie je deze reacties vaak terug, maar in een subtiele vorm:
Vechten
Je wordt streng voor jezelf. Dwingend. Onrustig. Je probeert verandering te forceren met wilskracht. Gedachten als “ik moet dit gewoon doen” of “nu is het klaar” komen op.
Vluchten
Je gaat vermijden. Uitstellen. Rationaliseren. Je vindt goede redenen om vandaag niet te hoeven veranderen. Niet uit onwil, maar omdat afstand veiligheid geeft.
Bevriezen
Je voelt je leeg, vast of verlamd. Je wilt wel, maar komt niet in actie. Je hoofd lijkt vol of juist helemaal stil.
Belangrijk om te weten: dit zijn geen karaktertrekken. Het zijn beschermstrategieën van je zenuwstelsel. Ze ontstaan automatisch zodra jouw systeem denkt dat veranderen risico met zich meebrengt.
Neuroceptie: veiligheid of gevaar zonder dat je het merkt
Een essentieel mechanisme in dit hele proces is neuroceptie. Dat is het onbewuste vermogen van je zenuwstelsel om veiligheid of gevaar te detecteren, zonder dat je daar bewust over nadenkt.
Neuroceptie baseert zich op:
- eerdere ervaringen
- lichaamssignalen
- context
- subtiele sociale cues
Je hoeft dus niet te denken “dit is spannend”. Je lichaam weet het al.
Als jouw neuroceptie verandering koppelt aan stress, afwijzing of falen, zal je systeem automatisch in bescherming schieten. Ook als jij rationeel begrijpt dat verandering goed voor je is.
En precies hier lopen veel veranderpogingen vast. Het stappenplan hieronder gaat je hierbij helpen.
Stappenplan: dit is hoe je je brein en zenuwstelsel actief veiligheid geeft bij verandering
Echte verandering start niet met harder je best doen, maar met het creëren van een gevoel van veiligheid. Hieronder vind je een helder stappenplan dat naadloos aansluit bij de werking van je brein en zenuwstelsel. Elke stap is effectief omdat deze gebaseerd is op neurobiologische processen, niet enkel op motivatie.
Stap 1 – Stop met overtuigen en ga eerst vertragen
Wat je doet
Zodra je merkt dat je jezelf probeert te pushen met gedachten als “ik moet dit gewoon doen” of “het slaat nergens op dat ik dit spannend vind”, stop je daar bewust mee. Je hoeft jezelf niet toe te spreken of te motiveren.
Hoe je dat doet
- Pauzeer letterlijk even.
- Zeg intern: “Dit voelt spannend en dat is blijkbaar zo.”
- Doe even niets aan het probleem dat je wilt oplossen.
Je verandert dus niets aan het gedrag, maar aan je houding tegenover wat je voelt.
Wat er dan gebeurt
De interne druk zakt. Je systeem hoeft niet meer te reageren op dwang of strijd. Dat alleen al haalt vaak de eerste piek van spanning weg.
Waarom dit werkt
Dwang en zelfdruk worden door het zenuwstelsel gelezen als dreiging. Door niet te overtuigen of forceren, krijgt de amygdala het signaal dat er geen directe noodzaak is om in te grijpen. Dat verlaagt de alarmstand.
Stap 2 – Breng je lichaam bewust in een rustiger ritme
Wat je doet
Je richt je aandacht kort op je ademhaling en vertraagt die bewust, zonder er een oefening van te maken.
Hoe je dat doet
- Adem door je neus in.
- Adem langer uit dan je inademt (bijvoorbeeld 4 tellen in, 6 tellen uit).
- Doe dit 4 tot 6 ademhalingen.
- Laat je schouders en kaak los terwijl je uitademt.
Geen diepe ademhalingen, geen forceren. Rustig en natuurlijk.
Wat er dan gebeurt
Je lichaam schakelt van actiestand naar herstelstand. Hartslag zakt iets. Spierspanning neemt af. Je systeem krijgt een fysiek signaal van veiligheid.
Waarom dit werkt
Een langere uitademing activeert het parasympathische deel van het zenuwstelsel. Dat remt de stressrespons en stuurt het signaal: het is veilig genoeg. Dit gebeurt sneller via het lichaam dan via gedachten.
Stap 3 – Maak het gedrag dat je wilt veranderen extreem klein
Wat je doet
Je verkleint de verandering tot iets dat bijna niet kan mislukken.
Hoe je dat doet
Stel jezelf niet de vraag: “Hoe wil ik dit voortaan doen?”
Maar:
- “Wat is de kleinste stap die ik vandaag kan zetten?”
- “Wat kan ik doen zonder dat mijn lichaam protesteert?”
Bijvoorbeeld:
- niet: “Ik ga voortaan grenzen aangeven”
- wel: “Ik voel vandaag één keer wanneer ik eigenlijk nee wil zeggen”
Wat er dan gebeurt
Je brein ervaart overzicht en controle. Er ontstaat geen piek van spanning, waardoor je systeem niet hoeft te blokkeren.
Waarom dit werkt
De amygdala reageert op grootte en onvoorspelbaarheid. Kleine, tijdelijke stappen blijven onder de dreigingsdrempel. Zo kan je brein nieuwe ervaringen opslaan zonder alarm.
Stap 4 – Houd je aandacht tijdens de verandering in je lichaam
Wat je doet
Terwijl je iets nieuws probeert, blijf je met een deel van je aandacht bij wat je lijf je laat voelen.
Hoe je dat doet
- Merk op of je adem versnelt.
- Voel je voeten op de grond.
- Check of je spieren aanspannen.
- Vertraag waar mogelijk iets je tempo.
Je hoeft niets te corrigeren. Alleen registreren.
Wat er dan gebeurt
Je blijft aanwezig in het moment, in plaats van te verdwijnen in gedachten of automatische reacties. Spanning krijgt minder kans om op te bouwen.
Waarom dit werkt
Lichaamsbewustzijn houdt de prefrontale cortex actief. Daardoor blijf je keuzeruimte houden, ook als er spanning ontstaat. Zonder dit glijd je sneller terug in automatische patronen.
Stap 5 – Herken en benoem de stressreactie zonder hem weg te maken
Wat je doet
Als je merkt dat je wilt vechten, vluchten of bevriezen, benoem je dat intern.
Hoe je dat doet
Zeg bijvoorbeeld tegen jezelf:
- “Dit is spanning.”
- “Mijn systeem wil me beschermen.”
- “Dit is geen fout.”
Geen analyse, geen oordeel.
Wat er dan gebeurt
De emotionele lading zakt. Je hoeft jezelf niet te corrigeren of te fixen. Dat geeft ruimte.
Waarom dit werkt
Het benoemen van een reactie activeert bewustzijn en verlaagt de automatische stressrespons. De amygdala reageert minder heftig zodra iets wordt herkend in plaats van bestreden.
Stap 6 – Herhaal veiligheid, niet het gedrag
Wat je doet
Je richt je niet op hoe vaak het ‘lukt’, maar op hoe vaak je spanning hebt kunnen reguleren.
Hoe je dat doet
- Sta stil bij momenten waarop je iets probeerde, ook als het klein was.
- Merk op: “Het was spannend, maar ik bleef aanwezig.”
- Herhaal dezelfde kleine stap meerdere keren.
Wat er dan gebeurt
Je systeem leert: dit is te doen. Veiligheid wordt gekoppeld aan het nieuwe gedrag.
Waarom dit werkt
Neurale patronen veranderen door herhaling. Niet door succes, maar door herhaald ervaren dat er geen gevaar is. Zo herschrijft het brein oude automatische reacties.
Stap 7 – Erken het innerlijke conflict zonder het op te lossen
Wat je doet
Je accepteert dat een deel van jou wil veranderen en een ander deel veiligheid zoekt.
Hoe je dat doet
Zeg bijvoorbeeld:
- “Een deel van mij wil dit, een ander deel vindt het spannend.”
- “Beide mogen er zijn.”
Je hoeft geen keuze te maken tussen die delen.
Wat er dan gebeurt
De interne strijd vermindert. Minder strijd betekent minder stress in het systeem.
Waarom dit werkt
Interne conflicten verhogen spanning. Door beide kanten erkenning te geven, zakt de stressreactie en ontstaat ruimte voor beweging zonder dwang.
Een herkenbaar voorbeeld
Iemand wil vaker nee zeggen. In rustige momenten voelt dat logisch. Maar zodra het moment daar is, reageert het lichaam. Spanning. Versnelde gedachten. Druk op de borst.
De amygdala koppelt ‘nee zeggen’ aan mogelijk gevaar. De prefrontale cortex schakelt terug. Het lichaam kiest voor veiligheid. En achteraf volgt frustratie.
Niet omdat de intentie ontbrak, maar omdat het systeem veiligheid miste.
Pas wanneer nee zeggen stap voor stap wordt ervaren als iets wat te doen is zonder grote gevolgen, verandert het patroon. Dat is geen mentale beslissing, maar een neurologisch leerproces.
Succesvolle verandering begint met samenwerken met je brein
Echte verandering ontstaat niet door strijd, maar door afstemming. In plaats van je brein te overrulen, draait het om begrijpen hoe het leert en beslissingen neemt. Werk samen met je brein, niet ertegen.
Je brein en zenuwstelsel reageren niet op commando's, maar zijn sterk beïnvloedbaar door een gevoel van veiligheid. Wanneer je via je lichaam, ademhaling, focus en tempo het signaal afgeeft het is oké, ontstaat er ruimte. In die ruimte hoeft je brein zich niet te verdedigen, maar kan het openstaan om te leren en te groeien.
Op dat punt hoeft een oud patroon niet langer te vechten voor zijn bestaansrecht. Het verliest zijn functie. En juist daar kan nieuw gedrag ontstaan. Niet als aangeleerd trucje, maar als een natuurlijke, logische stap voor een systeem dat zich veilig genoeg voelt om te veranderen.
Hoe hypnotherapie zorgt voor een gevoel van veiligheid
Zodat jij makkelijk en succesvol kunt veranderen
Omdat ongeveer 95% van alles wat je denkt, voelt en doet onbewust wordt aangestuurd, is het cruciaal dat juist dát niveau wordt meegenomen in verandering. Daar zitten de automatische reacties, patronen en overtuigingen opgeslagen.
Hypnotherapie richt zich op dit onbewuste niveau. Niet door iets op te leggen, maar door het zenuwstelsel tot rust te brengen en nieuwe, veilige ervaringen mogelijk te maken. Hierdoor kan het onbewuste leren dat ander gedrag geen dreiging vormt.
Wanneer het onbewuste meewerkt, hoeft veranderen niet langer een gevecht te zijn. Dan ontstaat verandering van binnenuit, op een manier die klopt voor jouw systeem.
Veranderen is niet altijd makkelijk om alleen te doen. Ik help je hier graag bij.
Ik begeleid je in het begrijpen van wat je brein en zenuwstelsel nodig hebben en help je jouw systeem in een staat van veiligheid te brengen, zodat echte verandering mogelijk wordt.
Neem gerust contact op door een bericht te sturen of het contactformulier in te vullen.
En volg me via de buttons hieronder op Facebook en Instagram voor meer waardevolle inzichten over veranderen, het brein en blijvende verandering.
Reactie plaatsen
Reacties